KVGN, de Koninklijke Vereniging van Gasfabrikanten in Nederland

De geschiedenis van de gasvoorziening in Nederland begint in de in de eerste helft van de negentiende eeuw, waarin door verschillende grote gemeenten aan particuliere ondernemingen een concessie voor de oprichting en exploitatie van een gasfabriek werd verleend. Gas werd toen nog in gasfabrieken geproduceerd uit steenkool. Het geproduceerde gas werd in gigantische cilindervormige tanks opgeslagen.

De eerste gasfabriek

De eerste gasfabriek in Nederland werd in 1825 opgericht in Amsterdam. Rond 1850, nadat de Amsterdamse concessie was afgelopen, leken de risico’s verbonden aan de exploitatie van een gasbedrijf onder controle en werd het voor de gemeenten aantrekkelijk om de productie zelf in eigen hand te nemen. In 1848 werd in Leiden de eerste “stedelijke gasfabriek” opgericht. Dit voorbeeld vond spoedig navolging. De eerste taak voor deze gasbedrijven was het leveren van gas voor de straatlantaarns, maar al snel drong het gaslicht door tot gebouwen en huizen. Het stadsgas bleek na verloop van tijd ook geschikt om op te koken en leidingwater te verwarmen. Spoedig kwamen er ook in de particuliere huizen gasleidingen te liggen, waarmee in huis gasverlichting mogelijk was. In 1873 verenigden 17 van deze gasfabrikanten zich in de “Vereeniging van Gasfabriekanten in Nederland”. In 1907 was het aantal gasbedrijven gegroeid tot 131, waarvan 108 gemeentelijke. Bij het honderdjarige bestaan van de VGN ontving de vereniging het predicaat Koninklijk. Aan de rol van het stadsgas kwam pas een einde aan het begin van de jaren zestig, na de ontdekking van het enorme aardgasveld in Groningen. 

Lidmaatschap voor bedrijven

Tot 2016 was KVGN vooral een vereniging van individuele leden die ieder actief of als gepensioneerde een professionele band hadden met de gassector. In dat jaar werd het lidmaatschap ook opengesteld voor bedrijven, instellingen en associaties, waardoor KVGN een verbindende functie kon gaan vervullen tussen deze organisaties met als primair doel de gaswaardeketen een actieve bijdrage te laten leveren aan de transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening. Op dit moment zorgen gassen voor ongeveer 40% van de totale energievoorziening in Nederland. Het overgrote deel daarvan is nu nog aardgas. In 2050 zal het percentage duurzame gassen in de totale energiemix naar verwachting tussen 40% en 60% liggen.